Het verre zuiden

Nog maar een keer hetzelfde rondje lopen. Toch nog even voor de zekerheid een zevende keer hetzelfde rek nalopen. Ik blijf hetzelfde rondje lopen. Veel keus is er niet, in enkele minuten kan je eigenlijk wel alles gezien hebben. Toch neem ik mijn tijd. Ruim de tijd. Ik sta in de Vinnies; de Australische kringloop winkel. Ik heb mij nooit voorbereid op de koude Zuid Australische winter. Sinds Birdsville daalt de temperatuur ’s nachts ver tot onder mijn comfort. De enige lange broek die ik heb is een hardloop broek, een jas heb ik niet, mijn slaapmatje is van lage, goedkope kwaliteit en isoleert nauwelijks tot slot is mijn slaapzak comfortabel tot 10 graden. De temperatuur schommelt voor zonsopkomst inmiddels tussen de drie en negen graden. Ik ben de laatste tijd hierdoor een stuk later opgestaan dan ik eigenlijk zou willen. Normaal kruip ik vlak voor zonsopkomst mijn tent uit. De afgelopen weken kan ik die motivatie niet opbrengen en blijf warm in mijn slaapzak opgerold totdat de zon al volledig aan de hemel staat. Ik ben op zoek naar een warme broek en jas. Heel erg comfortabel hoeft het niet te zijn tijdens het fietsen; het is puur om de nacht en de vroege uurtjes in de ochtend door te komen. Ik twijfel er aan om een motorpak te komen. Na ruim een uur in de winkel gestaan te hebben ben ik geslaagd. Het motorpak leek mij toch niet zo handig; een modulaire opbouw lijkt mij praktischer. In mijn rugtas heb ik een warme winterjas, een te grote skibroek en een riem om deze laatste omhoog te houden. De schade is iets over de 30 euro, beste besteding ooit.

Er loopt een rivier van het stadscentrum helemaal naar de kust; tien kilometer verder. De Vinnies ligt ergens halverwege. Langs de rivier loopt een fietspad en hier is een park omheen gebouwd. Het kwartje valt. Ik begrijp nu hoe ik mij door de stad heen zou moeten navigeren. Ik moet gewoon de fietspaden volgen. Daarbij laat ik het drukke verkeer ver weg, heb ik vrijwel geen oponthoud bij stoplichten en de routes zijn verreweg veel interessanter dan de straten. Dit moet ik onthouden voor wanneer ik Adelaide weer uit ga rijden!
Mijn belangrijkste doel is geslaagd; ik heb comfortabele kleding. De rest van de dag spendeer ik met sightseeing. Reisgidsen geven vrijwel geen leuke tips over de stad. Het lijkt haast alsof er bijna geen bezichtigingen zijn. Aan het eind van de dag kan ik dit zelf ook bevestigen. Ik vind dat de stad weinig te bieden heeft voor reizigers. Echter is het zeker geen saaie stad. De stad schiet wellicht te kort voor reizigers maar wel biedt hij een hele fijne leefomgeving. Er zijn veel parken, veel fiets- en wandelroutes, er zijn vele openbare sportgelegenheden als trimbaantjes, tennisvelden en skateparken. Het centrum biedt uiteraard goede mogelijkheden voor shoppers, er zijn vele restaurantjes en bij de Central Market kan je al het denkbare eten inkopen; van iedere tropische vrucht tot oude kaas uit Alkmaar.

Gisteravond had ik een heel leuk gesprek met de Taiwanese Jeff. Voor vanavond heb ik weer met hem afgesproken. We hebben een deal gemaakt; ik regel bier en hij regelt een mooi stuk biefstuk. Rond etenstijd blijkt hij zeker fantastische lappen geregeld te hebben. Onder ons tweeën hebben wij ruim een kilo te verdelen! Het eten smaakt heerlijk en ons gesprek is ook vanavond weer vloeiend en erg bijzonder. Jeff verteld veel over zijn leven. Wat niet altijd makkelijk is geweest. Inmiddels is hij gepensioneerd, hij vertelt mij hoe hij zijn hele leven hard gewerkt heeft. Van zijn ouders moest hij studeren, zijn best doen op school, hard werken, dan zou hij een goede baan krijgen en gelukkig worden. Eenmaal afgestudeerd moest hij direct aan de bak. Het ijzer moet je smeden als het warm is. Hij moest aan zijn carrière werken, geld verdienen. Dat heeft hij zijn hele leven gedaan. De baan, journalist voor de overheid, vond hij verschrikkelijk; maar het moest, want hij moest geld verdienen. Nu, 35 jaar later, reflecteert hij over zijn leven. “Het is verschrikkelijk! Ik ben geleefd. Vanaf toen ik een klein jongetje was vertelde iedereen mij dat ik dingen moest doen. Ik moest alles, om gelukkig te worden. Ik heb dat altijd gedaan. Ik vond het vreselijk, ik werd er helemaal niet gelukkig van. Toch kon ik niet stoppen, want ik moest.”. Voor zijn twee dochters wenst hij een ander leven. “Zij moeten hard werken, hun opleiding halen. Maar als zij zijn afgestudeerd dan wil ik dat ze gaan reizen. Waarheen, dat maakt mij niet uit; dat is aan hun. Zij mogen zeggen waar ze allemaal heen willen en ze blijven net zo lang weg als zij willen. Voor geld hoeven ze zich geen zorgen te maken want dat krijgen ze van mij.” zegt hij. Ik vind het mooi hoe hij de reflectie op zijn leven toepast om dat bij zijn dochters anders te doen. Daarnaast doet hij het op een hele reële manier; eerst een diploma.

Ik wou de volgende dag graag een nieuw blogbericht online zetten. Ik heb een flink stuk kunnen schrijven maar helaas kwam ik tijd te kort. Dat geeft niet, komt later wel weer. In de avond heb ik voor de tweede keer met Jeff afgesproken. Deze keer staat er spaghetti a’la Jeff op het menu. We zijn niet alleen. Jeff heeft namelijk iedereen in het hostel uitgenodigd om mee te eten. Zo genieten we met zijn vijven van de door hem gemaakte maaltijd. Het is overigens bijzonder rustig in het hostel, iedereen zit natuurlijk in het noorden van het land rond deze tijd van het jaar. Ook vanavond is echt weer een hele leuke avond. Wel had ik het idee dat Jeff het moeilijk vond om de gesprekken te volgen; we probeerden er rekening mee te houden maar het ging denk ik allemaal net iets te snel voor hem. Hij stelde zich dan ook aanzienlijk rustig op ten opzichte van de voorgaande avonden. Het is een bijzonder mannetje. Mooi hoe hij iedereen samen weet te brengen.

Ik dacht het systeem door te hebben; gewoon de fietsroutes volgen om de stad uit te komen. Ik heb dan ook zo goed mogelijk uit proberen te stippelen hoe deze lopen. Vanaf het begin loopt dit geheel mis. Er zijn wegwerkzaamheden, straten en fietspaden zijn afgesloten. Zodoende besluit ik om alsnog de grote wegen te pakken, anders wordt het een groot doolhof. Door de werkzaamheden is er een kilometer lange file ontstaan. Zo zie je maar; je kan denken het systeem te snappen, je kan je zo goed voorbereiden maar er hoeft maar dit te gebeuren en alles valt in duigen.

Na veel frustratie, veel gepuzzel, veel stoplichten en veel gevloek is het uiteindelijk gelukt. Ik klim over de heuvels de vallei, Adelaide, uit. Redelijk aan het begin van Expeditie Laos had ik samen met andere fietsers de theorie “Na de heuvel wordt alles beter”; terwijl wij een strijd leverde aan enorme tegenwind. Hoewel de theorie destijds niet specificeerde welke heuvel het betrof bleek deze uiteindelijk, na vele heuvels geprobeerd te hebben, wel te kloppen. Ook vandaag laat deze Perzische theorie mij niet in de steek. Na de heuvel werd alles beter. Het verkeer van de stad is inmiddels verspreid over het brede wegennetwerk. Ik zet het geluid van mijn speaker luider, begin mee te zingen en maak helemaal happy de afdaling de Happy valley in.

Ook deze avond eet ik niet alleen. Op een gratis kampeerterrein heb ik een Australisch stel samen met hun dalmatiër ontmoet. Voornamelijk is de jongen heel spraakzaam en erg gedesinteresseerd. Zijn vrouw heeft het druk met haar serie op de iPad. Het is een aparte man. Een beetje een lastig geval. Vrijwel direct openbaart hij al zijn problemen aan mij “Ik ben heel erg depressief geweest, ik ben een kluns, slechthorend en heb een angststoornis. Ik vind het heel erg moeilijk om met mensen te praten” verteld hij mij zonder dat ik ergens naar gevraagd heb. Ik vind het vrij ironisch, hij denkt moeite te hebben om met vreemden te praten en toch is hij 90% van de avond aan het woord. Hij komt erg onzeker over maar in mijn ogen volledig ongegrond. Hij is apart maar heeft ook echt een heel open en vriendelijke karakter. Hij moet zich niet zo veel zorgen maken. Dat vertel ik hem dan ook zo. Aan het eind van de avond heb ik een goed gevoel over deze ontmoeting. Of het hem daadwerkelijk zal veranderen zal ik nooit weten maar ik heb hem kunnen inspireren. Hij kwam tot het besef dat een simpele jongen tot alles in staat is zolang hij motivatie en wilskracht heeft. Voor mij is dat het belangrijkste wat ik andere mee zou kunnen geven met mijn reiservaring. Ik wil niet dat mensen jaloers worden om wat ik heb gedaan, ik wil dat mensen beseffen dat ook zij kunnen bereiken wat ze willen. Die boodschap lijkt Simon, goed opgepakt te hebben.

Mijn stuur staat naar het zuiden gericht; richting de kust. Het is een moerasgebied vol met heiden en zoutmeertjes. Een genot om doorheen te rijden. Mijn enthousiasme kan niet op wanneer er een groep kraanvogels over mij heen vliegt. Hun bekken zijn groot en keel opgezwollen. Voor het eerst in mijn leven zie ik pelikanen in het wild. De route om bij de kust te komen neemt de hele dag in beslag. Aan het einde van de dag zie ik een redelijk groot beest in het struikgewas zitten. “Wombat!”, nog voordat ik tot stilstand weet te komen is hij helaas al verdwenen. Zo heb ik vandaag twee dieren gezien die ik nooit eerder gezien had.
“Dat leek wel een vos” denk ik bij mijzelf wanneer ik een rood-oranje soort hond voorbij zie schieten. “Dat kan niet toch? Er zitten geen vossen in Australië. Het was vast een ondervoede dingo” maak ik mijzelf wijs. Later kom ik hetzelfde soort dier tot nog wel twee keer aan toe tegen. Het beestje is schuw en is bij iedere ontmoeting in een fractie weer verdwenen. Telkens vang ik een vlugge glimp op. Ik zal toch sferen dat het echt vossen zijn. Na even internet geraadpleegd te hebben blijkt dit te kloppen. De Europeanen hebben vossen geïntroduceerd. Dat leek een leuk idee zodat ze konden jagen. Ze hielden er echter geen rekening mee dat er hier geen natuurlijke vijanden zitten. Al snel had Australië te kampen met een vossen plaag. Dezelfde fout hebben zij overigens ook met konijnen gemaakt; die ik ook geregeld voorbij zie huppelen.

’s Morgens vroeg buigt de weg af richting het zuidoosten. Ik heb de kust bereikt. Al is het officieel niet echt de kust. Het is een bijzonder natuurgebied waarbij het water door de combinatie van een heel lang schiereiland en dijken van de zee is afgesloten. Het gebied is het Coorong National Park. Een uniek duingebied. Door de combinatie van zoet water, zeewater en het schiereiland groeit hier unieke fauna. Ook maakt dit het gebied ideaal voor vogels. Zout water is ideaal om te jagen terwijl het zoet water goed is om te drinken en wassen maar ook de flora ondersteund waar zij kunnen broeden. Uniek dat is het zeker, niet eerder heb ik in Australië een vergelijkbaar landschap gezien. Het heeft een heel klein beetje iets weg van het Nederlandse duingebied, of misschien wel Texel. Toch is het eigenlijk ook weer compleet anders.
Het gebied is tot lange tijd in bezit geweest van Aboriginal gemeenschappen. Vandaag de dag is het grootste gebied allemaal eigendom van het National Park. Er zijn echter nog gebied in handen van de originele bewoners. Het gebied heeft daarom ook een rijke culturele geschiedenis. Er heeft hier ooit een vervelende aanvaring plaatsgevonden met Europeanen. Na een schipbreuk dobberde overlevers weken lang op zee. Uiteindelijk spoelde zij aan op de stranden bij de Coorong. De Aboriginals uit de omgeving namen een kijkje en voelde zich echter bedreigd. Als gevolg zijn alle 25 overlevende schipbreukelingen alsnog aan hun eind gekomen. Ik vermoed dat de wens van de meeste verhoord is toen zij op eindeloze zee dobberden. Hun wens om het vaste land te bereiken is verhoord; helaas mocht dit voor een goede afloop niet baten. Ongeluk bij geluk zeg maar.

Er zijn verschillende routes om langs de Coorong te volgen. Als eerste loopt er een hoofdweg vlak langs. Een tweede is een onverharde weg door het National Park. De laatste is een offroad route door de duinen van het National Park en over het strand. Ik rij voornamelijk over de onverharde weg. Het laatste stuk ben ik van plan offroad te gaan. Helaas kom ik er al snel achter dat dit niet te doen is. De duinen zijn stijl en door het dikke zachte zand valt niet te rijden. Ik laat Bandhoo even alleen en loop verder naar het strand; die wil ik namelijk graag nog wel even zien. Ik heb de afstand onderschat, ik dacht dat het minder dan een kilometer zou zijn. Het bleken er achteraf twee te zijn. Maakt niet gek veel uit maar ik voel me er niet zo prettig bij dat ik Bandhoo niet op slot heb gedaan. Aan de andere kant; ik zit hier zo afgelegen, het zou wel heel toevallig moeten als er nu uitgerekend iemand voorbij komt. Toch heb ik het uiteindelijk maar op een rennen gezet. De zee is ruig en het strand zou een uitstekende surf locatie zijn. Dat is echter niet toegestaan, dit is namelijk grondgebied van Aborinals. Verder ben ik er van overtuigd dat je je niet te diep in dit water zou willen begeven; er zitten namelijk haaien.
Over haaien gesproken. In het plaatsje Salty Creek zag ik vers gevangen haai op de menukaart van een roadhouse staan. Dat moest ik natuurlijk uitproberen.

De temperatuur is inmiddels nog verder gedaald. Wat ben ik onwijs blij met mijn warme kleding. Op een zekere ochtend wordt ik wakker. Mijn fles water is bevroren en op de tent ligt een laagje ijzel. Wie zou dat denken van de Australische kust?

Na enkele dagen de Coorong gevolgd te hebben maken de duinen plaats voor kalksteen. Ik bevind mij in een streek die bekend staat als The Limestone Coast.

Aan het eind van de dag doe ik nog een poging om een offroad route te volgen. Ook vandaag trap ik hier weer in. De route is net zo ontoegankelijk als de vorige. Ik moet dus even een stukje terug rijden. Best vervelend want zes kilometer op het pad zou een gratis kampeerplek zijn. Daar kan ik dus niet bij komen. Nu moet ik last-minute iets anders vinden, terwijl de zon al onder gaat. Ik realiseer mij dat ik mij op een doodlopende weg begeef; gezien de route die ik wou volgen natuurlijk ontoegankelijk is. Het kruispunt naar andere wegen is niet ver van hier. Eigenlijk is het geen gek idee om eerder al te stoppen en mijn tent direct langs de kant van de weg op te zetten. Verre van ideaal maar niemand die hier komt! Daarnaast zit er een mooi grasstrookje.
Ik kan het kruispunt al zien wanneer ik Bandhoo tegen een hek aan zet. Net wanneer ik de eerste tas van Bandhoo af haal rijdt er een auto voorbij. Verder blijft het rustig. Wanneer ik de volgende ochtend Bandhoo weer bepakt heb en mijn tanden sta te poetsen komt dezelfde auto weer terug gereden. Wat mij betreft was het ondanks de verre van ideale plek, zoals verwacht, lekker rustig. Ik zie het als onderdeel van het avontuur. Ik weet nooit waar ik ’s avonds terecht komt. Soms slaap ik op de bijzonderste plekken, ontwaak ik met het spectaculairste uitzicht en neem de mooiste zonsopkomst waar en soms dan pakt het iets minder romantisch uit, zoals vandaag.

De route volgt de kust niet heel getrouw. Voornamelijk rij ik door de naaldbossen. Op de momenten dat ik wel langs de kust rij dan is dit fantastisch. Zoals bij het dorp Beachport, wat een belangrijke haven was voor de walvisjacht. Wat is gelegen op een adembenemende locatie. Van verre is de vuurtoren te zien welke iconisch boven het kalksteen op duikt. De weg zigzagt, gaat op en neer en passeert vele uitkijkpunten. Zij vindt uiteindelijk haar weg bij het dorp.
De laatste paar dagen is het behoorlijk bewolkt geweest. Het vervelende is dat ik al mijn elektronica oplaad middels een zonnepaneel. Vandaag is het inmiddels ook nog eens flink gaan regenen. Ik besluit van de situatie gebruik te maken en ga alle openbare toiletten in het dorp af. Bij de laatste heb ik beet. In de toilet staat een droger aangesloten. Ik trek de kabel er uit en sluit mijn powerbank aan. Helaas zit er maar één stopcontact. Ik wil toch echt ook mijn telefoon opladen. Dat wordt een bezoekje aan de verboden zone; het vrouwen toilet. Wanneer ik mij mentaal voorbereid heb om de grote stap te zetten merk ik pas op dat er ook een invalide toilet zit. Dat was makkelijk.

Om de tijd te doden heb ik vandaag een vroege lunch. Dit doe ik onder het afdakje van de speeltuin, direct naast de toiletten. Ook brouw ik een kop koffie om op te warmen. Net wanneer ik mijn kookstel aansteek krijg ik bezoek. Een Australische man wilt even kennis komen maken. Plots zegt hij “Je bent Nederlanders toch?”, overigens zei hij dit natuurlijk wel in het Engels. Dat heeft hij goed aan mijn accent opgemerkt zeg, meestal wordt ik als Duitser of Scandinaviër aangezien. Dit blijkt echter niet het geval te zijn. “Ik en mijn vrouw zagen je fiets een paar dagen terug in de duinen staan. We konden jou alleen nergens zien”. Even word ik met stomheid geslagen. Ik was er nog wel van overtuigd dat er niemand langs zou komen. Alsof dat nog niet toevallig genoeg is sta ik nu, twee dagen later, met diezelfde persoon te praten, buiten, in een speeltuin, terwijl het giet van de regen. De bizarre toevalligheid is nog niet helemaal tot mij doorgedrongen wanneer ik antwoord “Oh, ja dat zou kunnen. Je hebt de tekst ‘Handmade in Holland’ op de stang gelezen?”. “Oh, dat had ik niet gezien. Ik was al je mascottes aan je stuur aan het bekijken en dacht daar Nederlandse woorden uit te herkennen” zegt hij. Dan krijgt de man een telefoontje. “Dat was mijn vrouw, de koffie is klaar. Ik moet weer gaan. Fijn om kennisgemaakt te hebben. Goede reis nog.” zegt hij nadat hij opgehangen heeft. De man opent het hek van de speeltuin en steekt de straat over. Nadat hij de hoek is omgeslagen is de straat weer helemaal verlaten. Er heerst een stilte, alles wat nog rest is het getik van de regen op het metalen afdakje. Nu pas dringt de bizarre situatie tot mij door.

Wanneer de laatste teug koffie naar binnen is ruim ik mijn spullen weer op. Mijn telefoon en powerbank haal ik van de toiletten op. Ik stap weer op en volg de weg weer verder. Deze wijkt weer van de kust af, terug de bossen in. Aan het eind van de dag vind ik hier mijn rustplek. Een stuk comfortabeler dan de afgelopen nacht.

Ik passeer de grootste stad van de Limestone Coast; Mount Gambier. Deze ligt echter wel een kilometer of 30 van de daadwerkelijke kust af. Het plaatsje is sfeervol. Er zijn veel kerkjes, parkjes en de huizen zien er knus uit. De stad heeft een Mediterraans tintje. De naam klinkt uiteraard erg Frans al vermoed ik dat Mount Gambier een Italiaanse achtergrond heeft; echter heb ik mij hier verder niet in verdiept. Een bijzondere bezienswaardigheid zijn de Blue Lakes. Dit zijn twee enorme vulkanische kratermeren. Hier neem ik een kijkje om vervolgens de heuvels af te dalen naar het zuiden. Daar vind ik absoluut een pareltje. Het is Port MacDonnell. De kalksteen rotsformaties zijn hier veruit het ruigste en spectaculairste van hoe ik ze hier in Zuid Australië gezien heb. Alsof dit nog niet bijzonder genoeg is vind ik ook nog eens een kolonie dwerg pinguïns. Ze zaten er bijzonder rustig bij. Pas later toen ik mijn foto’s bekeek viel het mij op dat dit was aangezien ze aan het broeden waren. Niet eerder heb ik ooit een pinguïn in het wild gezien. Een mooi vinkje op mijn checklijst, tevens een bijzonder symbool voor het zuidelijk halfrond. En zuidelijk dat zit ik. Immers sta ik voor een houten paal welke aanduidt dat ik het zuidelijkste punt van Zuid Australië bereikt heb. Niet te verwarren met het zuidelijkste punt van Australië, dat ligt namelijk nog een heel stuk verder in Tasmanië.

De staat Victoria ligt zelfs ook nog iets lager dan Zuid Australië. Aan het eind van de dag passeer ik deze staatsgrens. Een bord heet mij welkom in Victoria. Daarnaast staat een grasveldje met twee picknick tafels. Weet je wat? Ik vind het mooi. Ik parkeer Bandhoo tegen één van de tafels, begin te koken en zet ondertussen mijn tent nog geen vijf meter van de exacte grens op.

De route doorkruist het Glenelg- en Cobboboonnee National Park. Onderscheid tussen de parken is niet te merken. Beiden zijn naaldboom bossen die eindeloos door lijken te gaan. De naam van het gehele gebied, Pine Country, is dan ook niet geheel zonder toeval. Af en aan komen log-trucks voorbij geraasd. De trucks op mijn weghelft zijn nokvol gevuld met gekapte boomstammen. De trucks die mij tegemoet gereden komen zijn allemaal nog leeg. Het aantal bomen dat gekapt wordt is echt massaal. Ik vraag mij dan ook af; hoe snel groeien die bomen? Ze kunnen die trucks wel in enorm tempo blijven vullen maar ik zie het nut niet als er straks geen boom meer te kappen valt. Ongetwijfeld dat hier wel over nagedacht is. Maar het tempo verbaast mij.
Eenmaal het bos door rij ik de stad Portland binnen. Portland was eens een belangrijke haven voor de walvisvaart. Die industrie ligt uiteraard stil. Vandaag de dag dient de stad als een hub voor hout export; dat had ik op de weg al mogen merken. De stad zelf vind ik geen positieve sfeer hebben. Er lopen wat eigenaardige types rond en ik krijg het gevoel dat ik hier wat beter op mijn spullen moet letten. Een onderbuik gevoel zeg maar. Dit gevoel heb ik nog niet eerder gehad in Australië. De oorzaak is lastig te verklaren.
Ik doe boodschappen voor de komende dagen. Dit kan ik tegen een spotprijsje doen bij de Aldi. Mijn elektronica kan ik ook weer even opladen bij een openbaar toilet. Daarna tank ik mijn benzine fles bij en ik ga snel weer verder.

Deze keer rij ik echt van de kust vandaan. Niet omdat de weg niet meer langs de kust loopt maar omdat ik even een ommetje ga maken. In Adelaide kreeg ik een tip om naar The Grampians National Park te gaan. Het is een omweg van bij elkaar pakweg 500 kilometer maar het lijkt mij een hele mooie route. Waarom niet? Op naar het noorden!

Ik speur de weg af naar een mogelijke kampeerplek. Het begint donker te worden. Echter rij ik door de weilanden heen en is een goede plek niet zo snel gevonden. Heel veel maakt dat niet uit want met een kilometer of tien zou er een hotel moeten zitten welke gratis kampeerplaatsen aanbied.
Het begint echt donker te worden. Ik trap flink door. Het kan nu niet ver meer zijn. Iets verderop zie ik wat lichten branden. Wanneer ik een heuvel afdaal merk ik dat mijn achterwiel wat aan het slippen is. “Het zal toch niet?” denk ik bij mijzelf. Ik rem af en knijp in mijn band. Ja hoor, die loopt leeg. Waarschijnlijk een stukje glas over het hoofd gezien door de duisternis. Gehaast kijk ik op mijn telefoon. Het hotel is 52 meter hier vandaan. Die band plak ik morgen wel. Ik til de bagagedrager lichtjes omhoog om de druk op het achterwiel te verminderen. Vervolgens begin ik te lopen. Ik ben nog geen 20 meter van het hotel als een tegemoet komende auto vlak naast mij stopt. “EY! Get off the road! I can’t see ye mate, get off the road!” wordt er geroepen. Het is politie. Ik probeer uit te leggen dat ik nog maar 20 meter hoef tot het hotel. Ik word onderbroken “You’re gonna get off the road, right now!”. Via de berm loop ik de laatste paar meter, zet Bandhoo op slot en loop de kroeg in.
Gelukkig werd ik in de kroeg een stuk warmer verwelkomt. Mijn tent kan ik achter het gebouw opzetten; dit doe ik dan ook eerst. Terug in de bar maak ik kennis met de meeste dorpsbewoners. Er is een loting waar verschillende prijzen te winnen zijn. De hoofdprijs is een kettingzaag. Lootjes dienen voor twee dollar bij de bar gekocht te worden. Van de barman krijg ik echter een lot met nummer 92 gratis in mijn handen gedrukt. Veel geluk blijk ik achteraf niet te hebben. De eerste vier winnende loten zijn 29, 93, 91 en 46. De numerologie kan mij niet ontgaan; cijfers omgedraaid, plus een, min een en de helft. Misschien komt het ook maar goed uit, zo’n kettingzaag is veelte zwaar op de fiets.
Laat maak ik het niet, het was een redelijk lange fietsdag en die paar biertjes hakten er flink in. Vanavond zal ik als een roos slapen.

Langzaam duiken er aan de horizon pieken op. The Grampians komen in zicht. Echt bergen zijn het niet, ik zou het eerder kliffen en kloven noemen. Bijzonder hoge kliffen want het hoogste punt ligt pakweg 1.200 meter boven zeeniveau. De formaties zijn spectaculair, daarbij wordt ik extra verwend door een prachtige zonsondergang waarbij de wolken over de kliffen heen krullen. Ik ben niet de enige die hier met volle teugen van geniet. Midden op de weg staat een bruidspaar trouwfoto’s te maken. Dat zijn zonder twijfel hele gave foto’s geworden. Zeker die ene waar een fietser in de verte hun tegemoet komt gereden.

De opvolgende dag spendeer ik geheel in het park. Relatief is het een smal strookje bergen, pakweg 30 kilometer breed. In de lengte is het park met ongeveer 100 kilometer een stuk langer. In het begin van de dag rij ik van het zuiden richting het noorden, de weg is onwijs mooi. Verder zitten er in het zuiden niet gek veel bezienswaardigheden; alle highlights zijn in het noorden te vinden. Bij het Belfield Lake las ik een lunchpauze in. Het meer is omringt door heuvels, wolken trekken hier mysterieus doorheen. Uit het water steken vele bladerloze boomstammen. Door de lucht vliegen kaketoes van de ene boom naar de volgende. Aan de oever staat een picknicktafel. Daar kan ik mooi van het moment genieten. Ik bestudeer een kaartje uit een toeristen brochure. Daarop omcirkel ik een aantal dingen die ik zou willen bezoeken; zo ontstaat er globaal een route.

Het meer bleek een ontstekende locatie te zijn om mijn route te plannen. Niet alleen omdat het meer zo een fijne plek is, maar ook omdat ik er zo achter kom dat ik met 200 meter al een afslag wil nemen. Zo wijk ik direct van de hoofdweg door het National Park af. Dit doe ik om een waterval te bezichtigen. Het laatste stuk van anderhalve kilometer is een hiking trail, maar dat is geen enkel probleem voor Bandhoo. Het smalle stroompje van de waterval is niet super indrukkend maar het blijft een mooi gezicht, Volgens mij heb ik nu ook voor het eerst van de reis een foto van mij en Bandhoo samen bij een waterval kunnen maken.

Ik wil het zijweggetje wat ik ingeslagen was verder volgen. Deze loopt verder de bergen in en zou door verschillende kloven moeten lopen. Het blijkt echter éénrichtingsverkeer te zijn; uiteraard sta ik aan de verkeerde kant. Ik negeer het bord maar, deze geld alleen voor automobilisten besluit ik. Die beslissing blijkt een hele goede te zijn geweest. Het is een pittige klim omhoog tot een meter of 800. Er is bijna geen verkeer en het uitzicht is onwijs. Zoals verwacht rij ik door kloven heen. De weg is een smal uitgehakt strookje op de rotswand. Geregeld rij ik langs afgronden waarbij ik ver de diepte in kan kijken.
Bovenaan de berg lopen verschillende wandelpaden. Ik probeer hier nogmaals met Bandhoo overheen te gaan maar wanneer er over stenen geklommen moet worden moet ik toch echt even omdraaien. Ik parkeer Bandhoo bij de parkeerplaats aan het begin van de trails en ga te voet verder. Al snel bereik ik waanzinnige uitkijkpunten waarbij ik van enorme hoogte over het meer uit kijk waar ik eerder geluncht had. Dat is niet het enige wat er te zien is. Ik heb uitzicht over het gehele gebied en kijk vele tientallen kilometers de horizon is. Opmerkelijk is hoe plat het gebied buiten The Grampians is. Echt uit het niets steken er enorme kalksteen rosten vrijwel loodrecht omhoog.
Ik loop pakweg een halfuur verder, waarbij ik stukken aardig omhoog moet klimmen. Zo bereik ik een plek wat de gereden omweg het dubbel en dwars waard maakt. Echter was ik hier gisteravond tijdens de bruidsfoto al van overtuigd. Ik sta op een uitkijkpunt wat bekend staat als The Pinnacle. Het is één van de hoogste punten van The Grampians. Het oppervlakte van de top is bezaait met grote ronde rotsen. Het heeft veel weg van smeltend kaarsvet wat van een kaars afdruipt. Al is het zo immens groot dat ik een minuscuul, bijna onzichtbaar, stukje as op de kaars ben. Ik ga er even bij zitten en laat de omgeving op mij inwerken. “Goh, wat bevind ik mij weer op een uniek stukje op onze aardkloof” denk ik bij mijzelf.

Terug bij Bandhoo aangekomen rij ik naar de volgende heuvel en klim nog hoger. Hoewel het uitzicht bij The Balconies onwijs is mist deze plek de ruige omgeving die ik eerder heb gezien. Ik heb dan ook het gevoel dat het National Park niet meer kan overtreffen wat ik bij The Pinnacle gezien heb. Ik besluit daarom ook maar om het volgende uitkijkpunt te schrappen. Ik haal Bandhoo net van het slot als een Australisch echtpaar mij aanspreekt. “Heb je die fiets hier helemaal naar boven gereden, of heb je een lift gehad?” vraagt de man. Ik leg hem uit dat ik hier heen gefietst ben en dat ik eigenlijk altijd alles op de fiets doe. “Oh, ben je aan het rondreizen op je fiets?” vraagt de vrouw. Ik knik instemmend. Dan wordt de standaard vraag gesteld, de vraag waar mijn antwoord altijd ellenlang is; “Waar ben je allemaal geweest?”. Ik besluit om het kort te houden. “Ik ben vanaf Nederland begonnen te fietsen en ben naar Indonesië gereden” ik pauzeer even om het tot ze door te laten dringen. Ogen staren mij gapend aan, alsof ik in een vreemde taal gesproken heb, het dringt niet door. Ik vervolg mijn verhaal “Daarna heb ik een vliegtuig naar Cairns gepakt en ben hierheen gereden. Landinwaarts dan; via Birdsville naar Adelaide. Toen van Adelaide naar The Grampians”. De ogen lichten op, er valt een kwartje “Je bent hier vanaf Adelaide heen gefietst?!” roept de vrouw verontwaardigd uit. “Dat is een flinke rit, je moet wel behoorlijk fit zijn” voegt de man er aan toe. Het is een bekende reactie die ik vaak van mensen krijg. Noem de hele rit op en je wordt aangestaard alsof je Russisch spreekt, noem de vorige grote stad op en mensen vinden het ongelofelijk. “Het begint wel laat te worden. Let daar wel goed op want daar kan je je makkelijk in vergissen. In deze tijd van het jaar wordt het heel vroeg donker. Namelijk met… 90 minuten al” zegt de man vervolgens. “Pas op jezelf en zorg dat je voor het donker een hotel gevonden hebt”. Het is fijn dat mensen bezorgd zijn maar ik heb het gevoel dat er nog een hele hoop kwartjes moeten vallen.

De laatste bezienswaardigheid van de dag zijn twee watervallen, Broken Falls en MacKenzie Falls. Deze zijn vele malen spectaculairder dan de eerste waterval van de dag. Het is een mooi toegift van een onwijs mooie dag. Vlak naast de watervallen kruip ik een 4×4 trail op welke is afgesloten tijdens dit seizoen. De trail loopt onwijs stijl omhoog, een achtbaanrit is er niks bij. Ik weet de helft in de laagste versnelling omhoog te rijden. Daarna verlies ik mijn balans door het zand en stenen en zet ik snel mijn benen op de grond om niet om te vallen. De helling is zo stijl, en dit nog in combinatie met het zand, waardoor het onmogelijk is om weer verder te rijden. De zwaartekracht trekt Bandhoo te sterk naar achteren, daarnaast slipt het achterwiel iedere keer als ik af probeer te zetten en de trapper een slinger geef. De tweede helft van de klim moet ik Bandhoo dus even aanduwen. Het is een uitputtingsslag, maar langzaam en zeker weet ik de top met trillende ledematen, buiten adem en zweet op het voorhoofd te bereiken. Hier duik ik de bosjes in om de nacht in mijn hangmat te bivakkeren.

’s Morgens twijfel ik wat ik zal gaan doen. Zal ik het 4×4 trail verder afrijden of zal ik de makkelijkste route nemen en terugrijden zoals ik aangekomen was. Als ik straks nog veel meer van die klimmen krijg dan duurt die zes kilometer mij de hele dag. Backtracken is in mijn ogen nooit een goede optie. Ik heb de mentaliteit dat als ik door kan gaan dat ik door wil gaan. Ik besluit daarom toch de uitdaging aan te gaan. Een halfuur later grinnik ik in mijzelf “Was dat nou zo spannend?”. De weg liep vrijwel alleen maar bergafwaarts. Hier en daar weer even omhoog maar absoluut niet te vergelijken met de eerste heuvel. Wat een drama om niets; volgende keer niet mokken maar gewoon direct doorgaan.

Bij een groot meer aangekomen was het mijn plan om hier een rondje omheen te rijden en daarna The Grampians in oostelijke richting te verlaten. Ik kan alleen nergens het pad vinden welke mij om het meer zou moeten begeleiden. Zo gooi ik mijn route nog even om. Ik ga terug naar de watervallen en vanaf daar volg ik een andere weg naar het oosten. Het is nog vroeg en de weg is verbazend rustig. Ik heb vrijwel twee hele rijbanen voor mij alleen. Een luxe tijdens het beklimmen van Mount Difficult. Tenslotte komt er weer een afdaling en rij ik The Grampians uit, terug de snelweg op welke ik terug naar de kust zal volgen. Wat kan ik zeggen, The Grampians is een onwijs mooi park en ben blij dat ik hier heen gegaan ben!

De snelweg is weer even slikken. Het was zo lekker rustig. In een toeristen brochure vind ik een tip om een andere route te volgen. Deze zou volgens het boekje heel mooi moeten zijn. Eenmaal op deze weg snap ik er niet veel van. Er is eerlijk gezegd niet veel aan. Wel komt het mooi uit dat hier een gratis kampeerplek zit. Even opladen en dan maar een andere route gaan volgen.

Wanneer ik de volgende dag op het zadel zit valt mij iets heel erg ongebruikelijks op. Er staat wind. Niet zomaar wind. Ik heb wind mee! Het klinkt misschien dramatisch en iets wat ongeloofwaardig. In mijn hele reis door Australië heb ik geen enkele keer echt het merendeel van de dag wind mee gehad. Ik was van plan vandaag wat rustig aan te doen. Met de wind in mijn rug rij ik echter moeiteloos de langste afstand die ik de afgelopen maanden gereden heb. Relaxt rij ik door het boerenlandschap terwijl ik The Grampians aan mijn rechterhand voorbij zie golven.
Niet alles zit mee. Het leven kan natuurlijk nooit perfect zijn. Zonder imperfectie zou er namelijk geen perfectie kunnen bestaan. Beiden begrippen zijn ook maar relatief. Al enige tijd doet de kabel van mijn fotocamera heel vervelend. Vandaag lijkt hij het helemaal begeven te hebben. Daarnaast lijkt het er op dat beiden batterijen leeg zijn. Ik rij naar een meer waar een picknickplek met stroomvoorziening aanwezig zou zijn. Misschien dat ik daar iets aan de praat kan krijgen. Tevergeefs rij ik verder. Aan de oevers van het volgende meer zet ik mijn tent op. Online kijk ik naar de opties om een nieuwe kabel te regelen. Het lijkt er op dat de dichtstbijzijnde winkel in Melbourne zit; 220km verder. Ik kan deze online bestellen maar het kan drie tot vijf dagen duren voordat deze aankomt. Een ritje naar Melbourne zou ik in twee dagen kunnen doen. Een derde optie is om het probleem te accepteren en verder zonder camera te gaan. Ik heb immers ook nog altijd een GoPro en smartphone. Ik besluit er een nachtje over te slapen.

De locatie is erg lullig. Ik zit 30 kilometer ten noorden van The Great Ocean Road die ik heel erg graag wou rijden. Maar om dit zonder goede camera te doen zal achteraf een kater opleveren. Verder heb ik ook helemaal geen haast. Ik heb nog best wat tijd. Het spreekt voor zich dat ik Bandhoo naar het oosten stuur. Op naar Melbourne!
Ik rij zo veel mogelijk door het Otway National Park om de rit over de snelweg te verkorten. Het giet van de regen en veel van de route krijg ik niet mee doordat mijn gezicht richting het voorwiel gericht staat. Ik push flink door. Het liefst maak ik vandaag en morgen zo veel mogelijk kilometers zodat die camera gewoon lekker geregeld is.

Het stuk waar ik enorm tegen op zie is de laatste 70 kilometer van Geelong naar Melbourne. Dit is één recht stuk snelweg die een grote stad in rijdt. Iets waar ik altijd een beetje een trauma aan heb overgehouden na steden als Teheran, Bangkok en Singapore. Het voordeel van deze wegen is dat de wind van het voorbij razende verkeer een zetje in de rug meegeeft. Ook krijg ik door het snelle verkeer, en de realisatie van mijn kwetsbaarheid, een adrenaline kick. Deze combinatie zorgt er altijd voor dat ik de helft sneller rij dan normaliter. Gevoelens als honger, dorst, spierpijn en vermoeidheid verdwijnen als sneeuw voor de zon. Een dergelijke rit gaat gepaard met het gevoel een overlevingsstrijd te leveren. Het is iets wat ik niet kan veranderen. Ik zou kunnen omrijden, de dubbele afstand rijden om veilig de stad in te kunnen komen. Echter biedt het nemen van een andere weg niet de garantie dat dit daadwerkelijk makkelijker en veiliger zal zijn. Het is een kwestie van door de zure appel heen bijten. Je moet doen wat je moet doen. Muziek zet ik uit, ik begeef mij aan de verre linkerzijde van de vluchtstrook en slinger om de de stukken glas heen, de bewijsstukken van eerdere ongevallen.

Ik ben pakweg 30 kilometer van Melbourne als er een wit bordje langs de kant van de weg staat “The Federation trail, cyclists must exit”. Een smal paadje loopt links door de naastgelegen bosjes heen. Een paar meter verder op de snelweg staat een tweede bord “Verboden voor fietsers”. Het lijkt er op dat ik onverwachts omgeleid word. Het onverharde paadje mondt uit in een pad voor fietsers en wandelaars. Aan de zijkant staat een groot metalen bord “The Federation trail, Melbourne 32km”. Serieus? Dit is geniaal! Er loopt gewoon een fietspad vanaf hier de stad in! Mijn hoop in de mensheid is hersteld.

De industriële buitensteden van Melbourne zijn snel bereikt. Langs verschillende soorten groothandels voor voertuigen en landbouw werktuigen, fabrieken, magazijnen en loodsen. Muren van gebouwen zijn vrijwel allemaal bestempeld met werken van graffiti kunstenaars.
Het kost mij een minuscule fractie van de moeite waarop ik mij voorbereid had om mijn locatie in Melbourne te bereiken. In een shoppingmall weet ik de fotocamera winkel te vinden waarbij ik mijn nieuwe EC-6 kabel besteld heb. Voor de deur pak ik deze direct uit en sluit hem direct aan. Het lampje van de camera gaat branden. De batterij lijkt er echter nog steeds moeite mee te hebben. Na verdere inspectie hiervan kom ik er achter dat deze niet goed in de camera gedrukt wordt. Schijnbaar ben ik een plastic palletje hiervoor verloren. Ik plak een stukje karton op de batterij en probeer het nog een keer. De camera gaat aan en indiceert dat de camera volledig is opgeladen. Hetzelfde proces doorloop ik met de tweede batterij. Ook deze schijnt volledig opgeladen te zijn. Dat is lullig. De kabel had ik sowieso moeten vervangen, maar de kabel was kennelijk niet het enige probleem. Had ik de batterijen eerder goed nagekeken op mogelijke problemen dan had ik ondervonden dat ik nooit direct naar Melbourne had hoeven te komen. Ik had zat vermogen om the Great Ocean Road af te rijden. Desnoods had ik de kabel besteld en bijvoorbeeld naar Geelong op laten sturen. Ik kan het mijzelf echter niet kwalijk nemen. Hoe had ik kunnen weten dat zowel de kabel als het klepje op de camera niet goed functioneerden? Verder heb ik mijn missie weten te volbrengen. Ik ben naar Melbourne gekomen om mijn camera te fixen, dat is gelukt.

Laat me weten of je het artikel leuk vindtShare on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+0Share on LinkedIn0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *