In een land Beneden Onder

Dagen werden weken, weken veranderden in maanden en maanden werden jaren. De ene woesternij heeft plaats gemaakt voor de volgende. Ik heb woestijn in bergen zien veranderen, bergen in steden, steden in jungels, jungels in de oceaan en de oceaan heeft op haar beurd plaatsgemaakt voor een eiland. De tijd is als een droom voorbij gevlogen. Het is alweer maanden geleden dat ik mijn laatste bericht geschreven heb. Veel mensen zullen zich dan ook afvragen wat er gebeurd is. Waar zit ik ergens? Fiets ik eigenlijk nog steeds de wereld rond? En hoe zit het met de baard?

Inmiddels ligt de fietstocht alweer bijna een halfjaar stil. De reis is echter nog niet aan zijn eind gekomen. Er is veel gebeurd in de tussentijd. Ik zou graag alles direct willen vertellen, toch sla ik een essentieel deel over. Ik had drie weken op Bali doorgebracht. Daarbij heb ik de helft van de tijd samen met mijn zus gereisd maar ook Tatianna mogen ontmoeten; de vriendin van Rinske en inmiddels zelfs al haar verloofde. Over de Bali beleving had ik reeds een artikel geschreven, helaas ben ik mijn telefoon verloren waar het verhaal opstond. Op de avonturen in het Hindoeistische Bali blik ik later zeker nog terug.

Na Bali stonden er voor mij bijzondere nieuwe ervaringen te wachten. Ik heb voet gezet op een, voor mij, nieuw continent. Tevens begeef ik mij voor het eerst op het zuiderlijk halfrond. Ik ben geland in een land ‘Down Under’. Australië, wie had gedacht dat deze reis mij naar Australië zou leiden?
Op de luchthaven loop ik door de douane heen. Ik word tegengehouden en de vriendelijk glimlachende beambte vraagt mij wat er in de gigantische box zit. Ik verklaar dat mijn maatje Bandhoo daar in zit. “Is je fiets wel goed schoongemaakt?” vraagt de man. Schoongemaakt? Nou niet echt. Daarop moet ik de doos openmaken zodat de beambte alle onderdelen kan inspecteren. De onderdelen blijken niet schoon genoeg te zijn. Australië doet er alles aan om hun land te beschermen tegen planten, dieren en pesten van buitenaf. Het importeren van zaden, planten maar ook modder is verboden. Ter plaatsen wordt Bandhoo in zijn geheel chemisch gereinigd. Ook niet verkeerd, zo schoon is hij in tijden niet meer geweest. Uiteindelijk neem ik afscheid van de beambte en bedank hem voor de schoonmaak. Ik loop de deur van het vliegveld uit en adem diep de frisse Australische ochtendlucht in.

Nadat ik Bandhoo weer in elkaar gesleuteld heb en de bandenspanning weer netjes op vier bar gebracht is fiets ik een kort ritje naar Cairns. Het landschap is groen en heuvelachtig. Het klimaat is tropisch. De boulevard is levendig, mensen zijn massaal aan het hardlopen en wielrennen. De zon schijnt en de vitamine D zorgt voor een gezonde goede vibe.
13442397_1143798358975767_8797591751920366081_nIk ben in Australië geland zonder enig idee wat ik de eerste dagen eigenlijk ga doen. Ik besluit zodoende om te beginnen met een rustdagje. Ik blijf even een dagje in Cairns om bij te kunnen komen van de vliegreis en de bijhorende gebroken nachtrust. Helemaal rust neem ik niet want ik heb een aardig boodschappenlijstje samengesteld. Ik bezoek alle fietsenwinkels in de buurt. Ik heb namelijk besloten dat het tijd is om afscheid te nemen van mijn fietsschoenen. Verder bezoek ik het winkelcentrum voor kleding, een Lonely Planet en Ozzy simkaart. Ik heb de hele dag geshopt zonder ook maar een cent uit te geven. Het leek mij namelijk verstandiger om nog een dagje hiervoor uit te trekken en vandaag te inventariseren waar ik wat zou kunnen kopen.
De volgende dag ontkom ik er niet aan om honderden dollars uit te geven.

In de avond krijgen we bezoek bij het hostel. Er is een reptielenavond en voor de gelegenheid zijn daarvoor verschillende reptielen meegenomen. Zo mag ook ik even een baby zoutwater krokodil vasthouden. Nu is het nog een klein hummeltje van nog geen halve meter. Met een paar jaar zal hij minder schattig zijn. Ze worden namelijk gemakkelijk vijf tot zelfs zeven meter. Ook krijg ik een moddervette python om de nek.

Na twee dagen in Cairns rondgehangen te hebben is het tijd om het Australische avontuur af te trappen. Met de nieuwe blitse fietsschoenen aan mijn voeten stap ik het hotel uit. Een lange rit zal het niet worden. Ik wil naar het zuidelijk gelegen dorpje Tully gaan. De snelste route is 145 kilometer. Wel ga ik met een omweg waardoor de afstand 225 kilometer is. Hierdoor hoef ik niet de gehele route over de Bruce highway te rijden maar heb ik een leuke afwisseling van kleinere wegen door verschillende National Parken.
Eerst volg ik nog wel even de snelweg. Na het eerste stadje, Gordonvale, sla ik rechtsaf om zo in westerlijke richting de hooglanden in te trekken. De weg loops door het Wooroonooran National Park. Langs de weg stroomt een riviertje. Mijn oog valt op een bordje “Pas op! Levensgevaarlijk. Krokodillen”. “Welkom in Australië” denk ik bij mijzelf.
Het is een aardige klim om de heuvels op te komen. De weg stijgt tot een hoogte van 700 meter. Eenmaal de pas over bevinden zich meerdere uitkijkpunten over het tropische landschap. De weg daalt wat af en het National Park maakt plaats voor landbouw. Op de voorgrong grazen koeien op wijdse weilanden terwijl de heuvels op de achtergrond de horizon sieren.
In het plaatsje Malanda doe ik aan het eind van de middag wat boodschappen bij de Spar. Dat is een tijd geleden dat ik daar geweest ben! Niet veel later begin ik te zoeken naar een kampeerplekje. Uiteindelijk vind ik in een bosrijk strookje een open plek. De zon is net onder, nog voordat de tent is opgezet is het donker. In andere woorden had ik dus een perfecte timing. Een kwartier later en ik had waarschijnlijk geen plek meer gevonden. Als avondeten heb ik simpel brood met banaan daarna trek ik de rits achter mij dicht en kruip diep in mijn slaapzak.
Het heeft ’s nachts geregend. De grond is veranderd in een modderpoel. Snel pak ik mijn tent in. Mijn handen zitten onder de modder. Gelukkig staat er een plant met grote hartvormige bladeren; daar kan ik mooi mijn handen aan afvegen. Niks vermoedend grijp ik een blad vast en wrijf mijn handen er tegen. Ik weet niet hoe snel ik moet loslaten. Een enorme pijnscheut trekt door mijn handen heen! Wat is dit nou weer voor een plant?! In mijn handen zitten kleine haartjes. Met water spoel ik mijn pijnlijke handen tervergeefs af. Ik stap op de fiets en maak de eerste kilometers van de dag. Mijn ademhaling is zwaar en tranen springen in de ogen. Ik heb geen idee hoe ik mijn stuur vast moet houden. Iedere beweging, iedere correctie, iedere hobbel wekt een pijnscheut op die exponentieël toe neemt.
Ik passeer het dorp Millaa Millaa. Zelf heb ik hier nooit eerder van gehoord maar schijnbaar is de naam een synoniem voor de mooiste watervallen van Australië. Na het dorp verdwijnt het akkerlandschap en rij ik door het dichtbegroeide tropische regenwoud. Over een hikingtrail zigzag ik om de bomen heen. Het pad leidt naar de Tchupala waterval. De naam zegt mij zeer waarschijnlijk net zo weinig als jou. Het staat echter op de kaart, dan moet ik natuurlijk even kijken. Wanneer het hikingtrail te ontoegankelijk is voor een bepakte fiets parkeer ik Bandhoo tegen een boom. Zelf klauter ik het pad verder naar beneden. Daar blijkt dat ik de waterval gigantisch onderschat had. Ik verwachtte een stroompje met een subtiele afdaling. De waterval denderd met geweld tientallen meters naar beneden. De beslissing om hier even te gaan kijken blijkt tot zo ver de beste beslissing van de dag te zijn. Niet zo moeilijk uiteraard na de pijnlijke start. Het blijkt dat de waterval niet de enige ontdekking is die ik zojuist gemaakt heb. Eerder vond ik langs het trail een waarschuwingsbord. Er wordt gewaarschuwd voor een “stingy plant”. De plant heeft grote hartvormige bladeren. Kleine haartjes injecteren neurotoxisch gif in de huid. Het gif tast de zenuwen aan, wat voor pijnscheuten zorgt. De effecten  kunnen meerdere maanden aanhouden. Oppassen dus! Helaas kwam dit bord voor mij te laat. Welkom Down Under, hier in Ozzy wil alles een hapje van je.

Eenmaal terug op de weg verloopt alles gladjes. Ik bevind mij op de afdaling van de tafellanden naar de kust. Voor ik het weet heb ik dan ook Innisfail gepasseerd. Tully ligt een kilometer of 50 verder. Het is één rechte weg over de Bruce highway. Ik heb een dubbel gevoel. Aan de ene kant wil ik graag in Tully arriveren. Aan de andere kant valt het idee mij zwaar dat dit de laatste kilometers zijn van dit hoofdstuk van de reis. Het hoofdstuk waar deze reis al die maanden om heeft gedraaid: de bijna 25.000 kilometer lange fietsreis van Nederland naar Azië.
20160811_062556Mijn GPS geeft aan dat Tully nog maar vier kilometer verder ligt. In de verte zie ik de rookpluimen van een fabriek in de lucht opstijgen. “Het zal toch niet hè? Moet ik daar maandenlang verblijven? Wat een stinkdorp!” denk ik bij mijzelf.
Het is half zes in de middag. Ik parkeer Bandhoo voor het working hostel. Het hotel lijkt echter meer op een bar. Het is even zoeken naar de receptie want de deur zit dicht. Een medewerker komt naar mij toe en vraagt of hij mij kan helpen. “De receptie? Die is sinds een halfuur gesloten. Kom morgenochtend maar terug.” krijg ik als antwoord. Wat zullen we nou krijgen. Ik ben sinds half acht ’s morgens onderweg, heb 145 kilometer afgelegd en dan krijg ik nu te horen dat ik een halfuurtje te laat ben? “Waar moet ik slapen dan? Ik wil hier verblijven.” reageer ik verbouwereerd.
Verslagen slenter ik door de hoofdstraat van Tully, op zoek naar een slaapplek voor de nacht. Zo kom ik uiteindelijk bij Hotel Tully terrecht. Ook hier is de receptie nergens te bekennen. Ik word uiteindelijk getipt dat ik bij de naastgelegen bar terecht kan. Dat blijkt een goede tip te zijn want daar helpen ze mij graag verder. Wel blijkt dit een working hostel te zijn, de minimum verblijfsduur is een week. Ik vind het allemaal wel best, ga ik gewoon proberen om vanaf deze plek een baan te vinden.
Ik loop terug naar Bandhoo. Voordat ik mijn tassen losmaak omhels ik mijn trouwe maatje. Met een brok in mijn keel til ik mijn bagage de trap op. Ongelofelijk, dit was het dan. De laatste fietsdag van de komende maanden. De nieuwe fase van de reis is begonnen. Ben ik er wel klaar voor? Het idee om de komende maanden stil te zitten bevalt mij niks. Wat doe je er aan? Het kon natuurlijk niet altijd feest blijven.

De opvolgende dagen besteed ik aan de noodzakelijke voorbereidingen voor het werk op een bananenplantage. Samen met een Duitse jongen die vlak na mij gearriveerd is koop ik laarzen en werkkleding, behaal het veiligheidscertificaat en ga ik ’s morgensvroeg mee ‘jumpen’. Iedere ochtend worden alle werknemers van de verschillende boerderijen buiten opgehaald. Aan de bestuurders kan je vragen of er posities beschikbaar zijn. Met veel geluk mag je direct instappen voor je eerste werkdag. Dit wordt ‘jumpen’ genoemd.
De Duitse knaap vertrekt al snel uit Tully. De gemiddelde wachttijd is drie weken echter wacht er iemand al zes weken op een baan. Langzaam gaan de eerste weken voorbij. Dagenlang sluit ik mijzelf op in de televisiekamer van het hostel. De vrijheid waarin ik al die tijd geleefd heb lijkt onherkenbaar ver weg. Verveeldheid en depressie steken steeds verder de kop op. De zoektocht naar een baan gaat traag. Ik solliciteer dagelijks online op functies in de omgeving. Ondertussen zie ik mijn bankrekening steeds verder inkrimpen. Met nog maar drie cijfers op mijn rekening slaan twijfel en verwijten toe. “Waarom ben ik dan ook naar Australië gegaan? Waarom moest ik nou perse alles tot het uiterste doordrukken? Ik had al weinig geld over en nu heb ik alles over de balk gegooid in de hoop op een baan die ik niet kan krijgen” neem ik mijzelf kwalijk. Overdag onderneem ik weinig, zo weinig in vergelijking tot mijn gemiddelde dagen op reis. ’s Avonds kamp ik met slapeloosheid terwijl ik overdag te moe ben om in actie te komen.
13445331_1148023188553284_1045062032488439211_nAf en toe maak ik een uitstapje. Zo fiets ik naar het strand Mission beach, bezoek het Tully Gorge National Park, rust wat uit bij het riviertje bij Alligators nest en beklim de berg Mount Tyson.
In het hostel verblijven veel Engelsen. Ik kan geen goede klik met ze vinden. Dat valt waarschijnlijk met name aan mijn persoonlijke staat te verwijten. Er arriveren uiteindelijk twee nieuwkomers, Sam en Grant  – ook bekend als Sharpe G. afkomstig van het Britse New Castle waarmee ik voor het eerst een goede klik heb. We spenderen onze tijd samen, wachtend op een baan en voorzien van een schaakbord. Dit laatste tijdsverdrijf leverd mij de bijnaam Ghandi op, afgeleid van Gandalf door mijn woeste overwinningsbrul “You shall not pass!”. Dan arriveert er ook een Japanse jongen; Taka. Onze eerste kennismaking verloopt ietswat gek. Taka stelt mij een serie apparte kennismakingsvragen. Zo is hij bijvoorbeeld nieuwsgierig naar het grootste exportproduct van Nederland. Er volgt een discussie en het blijkt dat Taka uitmuntende kennis heeft over verschillende zakelijke en politieke zaken; bijvoorbeeld over het gemiddelde inkomen, grondstoffen, exportproducten en corruptie in landen. De vragen van Taka dagen mij uit diep te graven in mijn eigen kennis. Het is het eerste goede gesprek wat ik in Australië gevoerd heb.
Enkele dagen later arriveren de Koreaanse Kate en de Japanse Shota. Er is zowaar een vriendengroepje ontstaan. De televisiekamer bezoek ik nog maar zelden. Zo wordt de frustratie omtremt de zoektocht naar een baan verlicht.

20160924_140956

Inmiddels sta ik bovenaan de wachtlijst voor het verkrijgen van een baan. Dat zegt in principe niet zo gek veel. Het daadwerkelijk krijgen van een baan blijft een kansspel gebasseerd op geluk. Hier werd ik op een zekere ochend weer eens extra op geattendeerd. Sam stond geregeld vroeg op om ’s morgens vroeg te jumpen. Ik deed dit vrijwel iedere dag, inmiddels al bijna drie weken. Grant is vandaag voor de eerste keer met ons mee; ondanks dat hij en Sam al ruim een week in Tully zijn. Grant klaagt “Verdorrie, er zijn duizende banen beschikbaar in Australië en wij staan om vijf uur ’s morgens op straat. Dit is verdomme onzin.”. Ik loop haastig van de ene naar de andere auto om tevergeefs te vragen of er nog mensen nodig zijn. Plots stopt er een auto voor Grant. Een Indiër hangt uit het raam en vraagt of Grant werk zoekt. Zo verdwijnt Grant in de auto, opweg naar zijn eerste werkdag. Tsja, het is een kwestie van geluk hebben.
Ondanks dat ik eerste sta zie ik het somber in. Het gaat zo traag allemaal. Het is inmiddels zaterdag. Ik sta drie weken gefrustreerd op straat. Ik heb de knoop doorgehakt. Aankomende maandag ga ik nog jumpen. Wordt dat niks, dan pak ik mijn biezen en ga hier weg. Mijn volgende locatie zal dan Ayr worden. Een dorp die bekend staat om de suikerriet. Mijn beslissing deel ik met de medebewoners van mijn hostel. Het is jammer, maar ik moet toch wat.
Het is zondagavond. Mijn tassen zijn grotendeels ingepakt. ’s Avonds eet ik samen met Taka, Shota en Kate. Plots vraagt Kate “Hebben jullie het al gehoord?”, ik heb geen idee waar ze het over heeft. “De huur wordt vanaf deze week voor een tijd met 50% verlaagd vanwege de winter”. Het nieuws werpt een nieuw daglicht op mijn keuzes. Twee en een halve week in Tully verbijven kost hetzelfde als slechts een week in Ayr. Wellicht duurt het hier wel langer om een baan te vinden maar relatief gezien is het wachten vele malen goedkoper. Zo hak ik vrij snel de knoop door. De stekker wordt uit het originele plan getokken. Ik blijf in Tully!

Maandag verloopt zonder succes. Was de huur niet verlaagd geweest dan zat ik nu weer op de fiets. Dinsdag gaat ook voorbij zonder enig succes. Woensdag lijkt ook niet veel beter te gaan. Althans, dat lijkt zo. Ik heb de hoop voor vandaag opgegeven en sta op het punt terug mijn bed in te gaan. Dan komt er een Indiër naar mij toegelopen en roept naar mij “Broeder, kom mee”. Zo is vandaag de ochtend, na drie weken en twee dagen wachten, het wachten zit er op. Vandaag is de dag dat ik voor het eerst aan de bak ga op een bananenplantage. Het boerenleven gaat beginnen.

Laat me weten of je het artikel leuk vindtShare on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+0Share on LinkedIn0

4 thoughts on “In een land Beneden Onder

  1. Rinske says:

    Lekker die schoentjes zo jim hahaha misschien kan de kerstman je nieuwe bezorgen?? Super leuk om weer eens een stukje te lezen over je reis….Je zussie is weer helemaal blij ?

  2. Elly says:

    Hoooi Jim, wat super om weer via je blog je verhalen te lezen!
    Over Bandhoo die weer lekker schoon is en knuffelen met een baby krokodil. Je bent trouwens best een big spender hoor, die schoenen konden toch nog wel een jaartje 🙂 maar de nieuwe zijn wel top! Ben heel benieuwd naar je volgende verhaal hoe het is op de boerderie. Heel veel liefs from Holland xx

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *