Ver van huis

“Hoe is het mogelijk?” is één van de meest gestelde vragen tijdens mijn reis. Vrijwel iedereen, inclusief mijzelf, onderschat echter het moeilijkste aspect van het maken van een wereldreis. Uiteraard heb ik gedurende de reis vele problemen en uitdagingen moeten overwinnen; fysiek, mechanisch, financieel, visum gerelateerd, levensbedreigende situaties, taalproblemen, heimwee, eenzaamheid, afscheid nemen of simpelweg het verkrijgen van eerste levensbehoeftes zoals eten, drinken en slaap. Problemen die eigenlijk allen altijd heel goed op te lossen zijn geweest. Een lastig moment was de stap zetten om te vertrekken. Daadwerkelijk het zadel op stappen wetende vrienden en familie voor vele maanden, misschien wel jaren, achter te laten.
Financieel gezien kan ik nog een hele tijd doorreizen maar het leek mij een mooi moment om even thuis te komen alvorens mijzelf in een nieuw avontuur te werpen. Deze situatie geeft mij veel rust. Dit in tegenstelling tot een jaar geleden. Vlak voordat ik geïnspireerd werd om naar Australië te reizen om daar mijn financiën weer op orde te krijgen had ik ’s nachts veel gepiekerd, ik werd belaagd door nachtmerries. Dromen waarin ik als een schaduw van mijn huidige zelf leefde. Getergd door depressie, verveling, diep in een sleur verkerende. Van alles wat ik heb bereikt rest slechts een herinnering uit een vorig leven, een herinnering aan onbegrensde vrijheid. De essentie hiervan drijft steeds verder van mij af. Terwijl de herinnering langzaam vervaagd.
Nu is het anders, ik weet dat ik nu terug kom; niet omdat het moet, maar omdat ik dat wil. Daarbij behoud ik mijn vrijheid om te vertrekken wanneer ik dat wens. Met dit idee in het achterhoofd heb ik het zwaarste aspect van mijn reis zwaar onderschat; thuiskomen.

Ik kijk langs de mensen naast mij in het vliegtuig door het raam naar buiten. Er hangt een reclamebord van de ABN, de meeste toestellen zijn blauw, en hebben het opschrift KLM. Er hangt een dreigend grijs wolkendek, het lijkt te regenen. Dit is onmiskenbaar de Nederlandse zomer; we zijn thuis! De euforie moet ik nog even opkroppen. Schiphol is net bezig met een aantal verbouwingen waardoor enkele uitgangen gesloten zijn. Iedereen zit als sardientjes in een blik opgepropt in de gangen van de luchthaven. Medewerkers proberen tevergeefs iedereen rustig te houden. Van alle hoeken klinkt geklaag, er wordt geschreeuwd door een boze menigte, waarop de beveiliging dreigt een vrouw te arresteren wanneer zij weigert te bedaren. Wat een vreselijke mensen allemaal. Typisch Nederland, altijd klagen. We staan nu eenmaal opgepropt met zijn allen, als iedereen nou even gewoon rustig blijft dan is het voor iedereen een stuk dragelijker. De ironie maakt het moeilijk om een lach op mijn gezicht te bedwingen. Zij klagen over de situatie, ik klaag over hun. Het proces om de immigratie door te komen duurt bij elkaar wel bijna twee uur. Tot slot rij ik mijn bagage per trolley de gate door. Het is even zoeken naar mijn welkomstcomité, maar het gegil van mijn moeder is onmiskenbaar. Rinske, Tatiana, mijn vader, Ferry en Jeroen duiken ook snel omhoog van hun stoel en een spandoek wordt omhoog gehesen. In mijn enthousiasme om mijn moeder te omhelzen laat ik de, door de douane opengemaakte, doos met Bandhoo op de grond vallen. Op het moment kan ik mij er even niet om bekommeren; ik ben weer thuis.

Op de aankomsthal zet ik, na een welkomst bakkie, met behulp van mijn vader en Ferry Bandhoo weer in elkaar. Ten slotte verlaten we Schiphol en begin ik samen met mijn moeder en Jeroen aan officieel het aller laatste ritje van Expeditie Laos. Via de Schiphol tunnel rijden we door een milde regen via de Amstel uiteindelijk Amsterdam in. Ik kijk mijn ogen uit. Overal staan fietsen geparkeerd. Er zijn meer fietsers dan automobilisten. Zelfs bejaarde echtparen komen voorbij gefietst. Natuurlijk was ik er bekend mee hoe dingen er in Amsterdam aan toe gaan, maar vandaag kijk ik vol verwondering met nieuwe ogen naar Nederland. Wat een verschil met de rest van de wereld.
Halverwege komt Mark ons tegemoet gereden. En zo vergezeld hij ons naar Almere. Daar eenmaal aangekomen worden we opgewacht door Ferry, Rinske en Tatiana. Zij stonden klaar om een laatste foto van de reis te maken; helaas kwamen we vanaf een andere richting aangereden en moesten we nog even een extra rondje maken.
Het is apart, ik heb dit moment gedurende mijn reis veelvuldig ingebeeld. Verschillende scenario’s speelde zich altijd in mijn hoofd af. Een feestende afsluiting, er klinkt muziek en ik word opgewacht door alle vrienden en kennissen, voordat ik iedereen knuffel omhels ik emotioneel de held van deze reis, Bandhoo, terwijl tranen over mijn wangen stromen “Het is voorbij”. Misschien moet ik een speech geven nu ik weer thuis ben en vertellen hoe blij ik ben om iedereen weer te zien. Voordat ik naar binnen stap streel ik het zadel nog een laatste keer en fluister “Bedankt Bandhoo-maatje”. Dat was slechts een voorstelling. In realiteit voel ik mij helemaal niet zo. Er is geen feest, geen muziek, geen groot welkomstcomité, er vloeien geen tranen, geen brok in mijn keel en er komt geen speech. Ik rij Bandhoo de schuur in, streel over het zadel, zet hem op slot en stap kalmpjes het huis binnen.

Last van een jetlag heb ik vrijwel niet. Wel zijn er vele andere dingen waar ik heel erg aan moet wennen. Eigenlijk aan alles. Ik voel mij overrompeld, ik zit in een cultuurschok. De hoeveelheid spullen in het huis overrompelen mij. Alles is luxer dan ik gewend ben, de toilet, badkamer en het koffiezetapparaat. Het huis is veranderd, een nieuwe keuken, de huiskamer is anders, de gang. Voor de komende maanden zal ik dit als mijn huis beschouwen, maar op het moment voelt het verre van mijn huis. Ik ben geen slaapkamer gewend, maar een tent. Ik had geen woonkamer met een bankstel, slechts soms een picknicktafel. Ik had geen bad met bubbels en een douche, maar een waterzak. Ook van een tuin met een omheining ben ik ontvreemd, mijn tuin was altijd open en iedere keer ergens anders. Water moest ik zoeken maar nu loopt het onbeperkt uit de kraan. Ik had geen bonen malend koffiezetapparaat, maar een benzine brander, een militair kookblik en de goedkoopste oploskoffie die er te vinden was.

Ik had mij er op ingesteld de eerste week heel druk te zijn; iedereen zal wel willen afspreken. Er komen een paar berichtjes binnen maar het grootste gedeelte van de week blijft mijn agenda leeg. Ik ben zelf een beetje overrompeld door de nieuwe situatie en ben terughoudend om met mensen af te spreken. Ik moet aan bijzonder veel dingen wennen. Zo ook het contact met vrienden. Ik ben er aan gaan wennen om mensen tegen het lijf te lopen. Over het algemeen waren dit wildvreemden. Niks was geplant en spontaan ontstonden er nieuwe vriendschappen, de beste gesprekken en leukste situaties. Nou zou dit ineens geplant moeten, geforceerd en ligt er bovendien extra druk op. Het contact moet namelijk wel ook echt leuk zijn; immers zijn het mijn beste vrienden en niet zomaar een willekeurige vreemde. Maar als een afspraak zo beladen is; wat zou ik dan moeten zeggen? Het geeft mij een gevoel om vervreemd te zijn, niet zo zeer van mijn vrienden, maar van de vriendschappen.

Een probleem duikt op, in Nederland heb ik eigenlijk geen doel meer voor ogen. Ik zou wat willen freelancen om zo iets bij te kunnen verdienen middels enkele webdesign projecten. Gelukkig helpt mijn vader mij daarmee, en kan ik ook hem helpen. Zo heb ik in ieder geval iets om handen. Daarnaast lijkt mijn leven op het moment doelloos. Ik heb geen reden om ’s morgens vroeg op te staan. Zo krijg ik in een kwestie van nog geen week last van slapeloosheid. Ik weet niet goed wat ik met mijn tijd aan moet. Ik inventariseer de opties om voor een paar weken het land uit te gaan maar vind het moeilijk deze stap te zetten; ik ben immers net terug. Ik mis mijn levensstijl. Ik mis het om rond te reizen, een nieuwe horizon te ontdekken, om in beweging te zijn, het avontuur, uitdagingen overwinnen en nog wel het meest om een doel voor ogen te hebben. Langzaam verstrijken de eerste weken. Er gaat geen enkele dag voorbij dat ik mijzelf niet de vraag stel “Wat doe ik hier?”.
Het doet mij pijn. Ik verwachte thuis te komen maar eenmaal thuis besef ik mij pas echt dat dit mijn thuis niet meer is. Het was een goede beslissing om terug te komen en ik sta volledig achter die beslissing, maar toch blijf ik mij afvragen “Had ik dit nou wel moeten doen?”.

Ik ben drie weken thuis als ik in de middag met Jeroen aan het Almeerderstrand zit. Mark loopt mee met de Nijmeegse vierdaagse. Jeroen en ik bespreken ons plan om hem op te zoeken en aan te moedigen wanneer hij de finish over loopt. Plots zeg ik “We kunnen ook gaan fietsen”. Hij reageert enthousiast. Nog dezelfde dag pakken we onze tassen in, we halen twee pizza’s af en om negen uur ’s avonds beginnen we met ons avontuur. Voor nood heb ik een eenpersoons tent mee, al is het plan om in onze hangmatten te overnachten.
De komende dagen touren we door de Veluwe, bekijken een molen van binnen, drinken ’s avonds in Arnhem een biertje met Mark om hem de volgende dag na zijn finish te feliciteren met zijn medaille. We feesten mee met de festiviteiten in Nijmegen en besluiten om door naar Duitsland te gaan om een braadworst te eten. Daar laten we het niet bij, we trekken verder naar het zuiden, steken Limburg door naar België. Daar proeven we slappe Vlaamse friet en drinken een Belgisch biertje. Ten slotte volgen we een rivier naar beneden om zo de Nederlandse grens over te steken naar Maastricht. Jeroen moet de volgende dag weer werken, zodoende pakken we de trein terug. Bij elkaar zijn we vijf dagen weg geweest. Alle vier de nachten brachten wij door in onze hangmat. Twee nachten werden wij getergd door enorme regenval en storm. De eerste ochtend werden we door stieren uit ons bed gelicht. Gelukkig bracht dit alles hilarische momenten met zich mee. Ik voel mij als herboren. Het kamperen, de dagelijkse routine en de beweging hebben mijn slapeloosheid volledig verholpen. Ik zit meteen weer een stuk beter in mijn vel. Dit uitstapje was precies wat ik nodig had.

Ik begin mij langzaam meer te settelen. Ik voel mij meer op mijn gemak om in Nederland te zijn. Het contact met vrienden voelt minder gespannen en het probleem met de koffie heb ik opgelost door een pot goedkope oploskoffie te kopen.
Tijdens de eerste maand heb ik veel steun kunnen vinden bij een groep op Facebook met allemaal wereldfietsers. Ik krijg van vele leden steun berichten en advies maar belangrijker; ze delen hun eigen ervaring omtrent de “Homecoming Blues”. Voor sommige duurt het een paar dagen, voor andere maanden maar iedereen is het er over eens; het zwaarste aspect van een wereldreis is thuiskomen. Er zijn vele zaken die een rol spelen aan deze dip. De verandering van levensstijl, het gemis van een doel, de bewustwording om ontvreemd te zijn met je thuis, het veranderde contact met vrienden en de gigantische daling van de dagelijkse hoeveelheid endorfine die de hersenen in wordt gestuurd door het gemis van urenlang fietsen. Door de herkenning van de ervaring van andere besef ik beter dat ik meer dingen omhanden moet zien te krijgen. Ik moet meer invulling aan mijn dagen proberen te geven, iets wat makkelijker gezegd dan gedaan is wanneer je je verveeld. Toch fleurt dit inzicht mij weer behoorlijk op.

Terwijl ik langzaam mijn leven in Nederland weer begin op te pakken begint het ook steeds meer tot mij door te dringen wat ik eigenlijk bereikt heb. Expeditie Laos voelt als een droom, maar dan zo realistisch. Ik staar op de wereldkaart en droom weer weg naar het moment dat ik daar was.Een weg door de woestijn in het Midden-Oosten, een trail die van de kaart verdwijnt door de giganten in de Pamir gebergten, de weg langs Afghanistan waar ik door soldaten onder schot ben gehouden, de weg naar Varanasi. Het strand onder Kalkutta waar ik kerst heb gevierd, het plaatsje waar ik wakker geschut werd door een aardbeving. De weg door ontoegankelijk gebied in Myanmar, of waar ik achtervolgd ben door een wilde olifant in Thailand. Ik haal herinneringen op uit de Maleisische Taman Negara en het eiland Pulau Toiman. Ik bekijk het Balinese dorpje waar ik bij mensen thuis heb kunnen slapen. Dan kom ik in Australië, ik bekijk het middelste punt van de Outbacks. Hoe is het mogelijk? Ik heb daar allemaal gefietst. Pas nu mijn leven weer gewoontjes is zie ik het contrast pas echt. Ik was daar, ik heb het moment beleefd. Op het moment voel ik mij wellicht vervreemd van mijn thuis, maar dat komt omdat ik geleefd heb als een wereldburger. De wereld is mijn thuis geworden.

Het was februari 2014, toen ik tijdens een wintersport vakantie in Italië geïnspireerd werd door het boek “Ongelofelijk reizen”. De verhalen in het boek vond ik ongelofelijk en hebben mij aan het denken gezet om zelf op een alternatieve manier de wereld rond te reizen. Het leek mij wel wat om dit op de fiets te doen. Terug in Nederland aangekomen deed ik onderzoek naar de mogelijkheden om naar Azië te fietsen; dat was het moment dat alle puzzelstukjes samen vielen.
Op 18 maart 2015 vertrok ik, inmiddels lijkt dit moment een mensenleven geleden te zijn. Misschien is dat ook wel zo. Ik voel mij een ander mens dan voorheen, ik zal altijd Jim zijn, maar ik kijk naar de wereld vanuit een andere blik. Ik vertelde familie, vrienden en kennissen dat ik zo’n 15.000km zou gaan fietsen. Ik zou zeven tot tien maanden wegblijven. Mocht het financieel haalbaar zijn dan zou het iets langer kunnen duren maar echt niet langer dan anderhalf jaar. Bij elkaar ben ik twee jaar, twee maanden en drie weken onderweg geweest. Bijna 27 maanden, pakweg drie keer zo lang als geplant. Ook heb ik de geplande afstand verdubbeld. De afstand en tijd overtroffen mijn wildste dromen. Maar tijd en afstand zijn slechts statistieken, vrijwel nietszeggend. Het is de reis zelf die mijn wildste dromen pas echt veruit hebben overtroffen. De ervaringen die ik op heb gedaan zijn ongelofelijk, ik kan het zelf bijna niet geloven. Ik werd geïnspireerd door een boek met de verhalen van andere reizigers, ik heb spannende avonturen films gekeken als voorpret op mijn reis. Wie weet, verschijnt er ooit een boek. Nooit eerder heb ik zo’n goed verhaal gehoord als dat ik nu zelf te vertellen heb. Helaas zal ik het nooit in de woorden uit kunnen drukken die het verdiend. Het laatste hoofdstuk van Expeditie Laos is ten einde gekomen maar één ding weet ik zeker; het verhaal is dat nog niet.

Ik kan iedereen niet genoeg bedanken. Mijn ouders, zus en familie voor al hun oneindige steun en ondersteuning, vrienden voor hun aanmoediging, waardering en begrip. Iedereen die ik onderweg heb leren kennen, mensen waarvan ik dingen mocht leren, die mij ondersteunde, mij verwelkomd hebben in hun huis en waarmee ik ’s avonds om een kampvuur mocht zitten. Alle vriendelijke glimlachen en zwaaiende kinderen terwijl ik voorbij reed. Ik ben dankbaar voor de mensen waarmee ik samen heb mogen reizen en de bijzonderste herinneringen mee heb kunnen delen.
Vaak kreeg ik van mensen de vraag of mijn reis niet gevaarlijk is. Zeker zijn er gevaarlijke situaties geweest maar ik kan absoluut bevestigen dat gastvrijheid en hulp in iedere hoek te vinden is. De mensen die het minste hebben geven vaak het meest. Vaak kan het zo zijn wanneer je voor een volk gewaarschuwd wordt dat je deze alles toe zou kunnen vertrouwen. Een indringer wordt nooit gewaardeerd, terwijl een gast de beste plek aan tafel krijgt. Tijdens mijn reis ben ik alleen maar broeders en zusters tegengekomen. De wereld is een waanzinnig mooie plek, de beste onderwijzer, de grootste speeltuin voor jong en oud en een thuis voor ons allemaal.
Expeditie Laos was niet een reis; Expeditie Laos is deel van mijn leven.

Men beweert “tijd is geld”. Een stelling waar ik het niet mee eens ben. De stelling is onvolledig en ontneemt daarmee onze vrijheid en creativiteit. Tijd is ongelimiteerd en toch voor ons allen is er een limiet. Tijd is te besteden zoals wij dat zelf willen. Zo is tijd wijsheid en vriendschap, ontspanning, genot en gezondheid. Tijd is ervaring, kennis, zelf ontplooiing en overwinning, avontuur, vrijheid en liefde. Tijd is leven en de vrijheid om dit zelf te definiëren.

Laat me weten of je het artikel leuk vindtShare on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+0Share on LinkedIn0

6 thoughts on “Ver van huis

  1. rinske says:

    Super mooi geschreven broertje! Je zou ooit als je er de tijd voor hebt echt een keer een boek moeten schrijven. Ik zou hem kopen! Ik kan nu al niet stoppen met het lezen van jou verhalen. En waar je ook bent op de wereld. Wij zoeken je toch wel op. Dus ga vooral naar daar waar de weg je heen leidt. Wij zullen je toch wel vinden!

    Dikke kus,

    van je zus

  2. Ronald says:

    Wat mooi Jim. Wat fijn dat je dit deelt. En wat prachtig dat je dit precies op het juiste moment doet: op het moment waarop je weer thuis komt in je hart. Nu ben je in Japan. Al reis je de hele wereld over … je komt maar op 1 plaats werkelijk thuis.

  3. Tatiana says:

    Jimmyboy!!
    Wauw wat mooi geschreven. De eerste keer dat ik jou mocht ontmoeten was op je reis. In balie heb ik een weekje jou avontuur mee mogen beleven. Deze reis is Jim en zegt zoveel over jou als persoon. Ik ben trots dat je dit gedaan hebt. Je blijft dichtbij jezelf en volgt je hart. Nu Japan, wie weet waar we jou en Aki straks mogen bezoeken. Ik voel een all you need is love momentje aankomen!

    Geniet en leef zwagertje 😘

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *